






Om
acht uur verlieten we het haventje van Nord-koster. Het was licht
bewolkt met weinig wind uit het zuidwesten, zodat we op de motor een
zuidwaartse koers hadden gezet naar het eilandje Storö 20 Nm vanaf de
Koster-eilanden. We passeerden aan de oostzijde van Syd-Koster het
vissersplaatsje Ekenäs waar we initieel naar toe wilden gaan, maar
minder beschut was voor de zuidwesten wind. Nauwlettend navigerend op de
Navionicskaart van onze plotter verlieten we al slalommend om de vele
rotsjes en scheren uiteindelijk de Koster-eilanden. Op de laatste rotsen zagen we nog enkele zeehonden. Even later begon de
zon vrolijk te schijnen. Op zee waren diverse Zweedse vissersbootjes en
vooral visstaken en -balletjes te zien, die herhaaldelijk op onze koers
lagen. Om half twaalf kwamen we in het nauwe vaarwater aan, dat het rotseiland Storö doormidden klieft en we aan een vervallen steiger tussen de
fraaie rotsen aanmeerden. We lagen beschut onder een verwarmend
zonnetje midden in de rotsachtige natuur met een paar andere
zeiljachten, waaronder ook een andere Nederlander. Vannacht zou de wind aantrekken tot zuidwest 5-6 Bft en
morgen zou het ook nog steeds waaien. We gaan dan naar de plaats
Fjällbacka aan de westkust van Zweden ca. 8 Nm vanaf Storö.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten